Controlen van de las
Steeds als het werk begint ('s morgens en 's middags) of als het weer verandert gedurende de dag, moeten de lasinstellingen gecontroleerd en zo nodig aangepast worden.
Afmetingen testgebieden:
Bij gebruik van een hetelucht lasapparaat: breedte > 500 mm; lengte > 2, 0 m
Bij gebruik van een pistool: breedte > 200 mm; lengte > 500 mm;
Het kan nodig zijn de overlap op enkele punten vast te lassen voor het lassen begint. De afpeltest mag niet uitgevoerd worden voor het proefstuk volledig afgekoeld is. Voor het afpellen moet aan beide kanten van de naad een strip van minstens 50 mm worden afgesneden. Trek in de lengterichting en de breedterichting aan de naden. Als er lagen van het membraan loslaten (bovenste of onderste laag) is de afpelweerstand van de las hoger dan de afpelweerstand in het materiaal zelf en zijn de lasinstellingen correct.
De andere mogelijkheid is dat het membraan breekt aan de buitenkant van de las (alleen in laboratorium)
Als de naad loslaat zonder afpelling: de lastemperatuur was niet hoog genoeg, de tractie was te hoog of er was niet genoeg druk.
Actie: bepalen van de meest waarschijnlijke oorzaak en herhalen van de lastest met nieuwe instellingen.
Opnieuw testen om de nieuwe naad te controleren, zoals hierboven beschreven (na afkoelen!)